A Different Way of Traveling
(Onder de Engelse tekst en de foto’s kun je dit blog in het Nederlands lezen)
Three weeks among the elephants in South Africa
On January 24th, I left for three weeks in South Africa to do volunteer work at AERU (African Elephant Research Unit). In my previous blog, I wrote that this decision wasn’t an easy one. Elephants in semi-captivity, used in tourism, it raises questions.
And I’m someone who tends to form opinions quickly. Yet I went. With the intention of letting go of my judgment, at least for a while. Not my strongest suit, but this time it worked.
My first encounter with the elephants was awe-inspiring and, honestly, a bit intimidating. Being so close to such enormous animals… it’s hard to put into words. It’s awe, wonder, and a kind of excitement all at once. During those three weeks, I asked many questions. To the researchers, the elephant handlers, and the other volunteers. There are many different opinions about this place and the role of elephants in tourism. What stayed with me most is that, despite the differences, everyone shares a deep love for the animals and their well-being.
Somewhere along the way, I did something that doesn’t come naturally to me: I let it go.
Not because everything is right. But because I started to accept that an ideal world doesn’t exist.
What we can do is try to make the best of the reality we have.
What perhaps surprised me the most was myself.
I found that I enjoyed being alone. Working together during the day, but often retreating afterward. I used to be the one organizing dinners, bringing people together. I’m not that person anymore. And it feels… good. I enjoy my own company. Without needing anything else.
At the same time, I noticed something else.
As the weeks went on, I became more critical.
Why do we do it this way? Could this be more efficient? What is the purpose of this?
Maybe that comes with getting older. With experience. With working alongside a relatively young team. When you ask questions, sometimes there are good reasons. Sometimes there aren’t. The difference now is: I don’t always feel the need to act on it.
For me, I was noticeably mild. Calmer. More measured. And that might be the biggest gain of this trip.
The conversations with the elephant handlers touched me deeply.
Their lives are so different from ours. We travel across the world and pay to be here. They work here, often with far fewer choices than we have. They have dreams too. Plans. Ambitions. But those are not always easy to realize. That stayed with me.
And then, the elephants themselves.
Every single day felt like a privilege to observe them. Their morning routines. Their interactions. The moments when they instinctively form a protective circle. Slowly, you begin to recognize them. Their characters. Their differences. Just like with people.
And at the same time, it continues to feel uncomfortable. They no longer live in the wild. Some of their behavior is conditioned. As soon as a tractor with tourists approaches, they move toward the spot where they expect fruit. Several times a day.
I saw it. I felt it, and still, I enjoyed it.
Maybe that is the most honest conclusion of this journey: that two things can be true at the same time.
The love for animals is pure. Easier than love for people.
Less complicated. More unconditional.
The last time I saw them, I couldn’t hold back my tears. And even now, as I write this, I can feel it again.
That lump in my throat.
But what this journey gave me goes beyond the elephants.
It showed me that travel can be more than just seeing, consuming, and moving on. That if you’re willing to look a little deeper, and sometimes allow yourself to feel uncomfortable, you can experience something on another level.
More connection. More insight. A broader understanding of a world beyond your own frame of reference.
This was not an “easy” trip. Not everything felt right. Not everything made sense. And precisely because of that, it gave me more than any regular holiday ever could.
One thing I know for sure: I will do something like this again.
Would you like to know more about the incredible work of AERU or explore the volunteer opportunities? Click here for more information.
Een andere manier van reizen
Drie weken tussen de olifanten in Zuid-Afrika
Op 24 januari vertrok ik voor drie weken naar Zuid-Afrika om vrijwilligerswerk te doen bij AERU (African Elephant Research Unit). In mijn vorige blog schreef ik al dat deze keuze niet vanzelfsprekend was. Olifanten in semi-captivity, ingezet in toerisme, het wringt. En ik ben iemand die daar snel iets van vindt. Toch ging ik. Met de intentie om mijn oordeel even los te laten.
Niet mijn sterkste kant, maar deze keer lukte het.
Mijn eerste ontmoeting met de olifanten was indrukwekkend en eerlijk gezegd ook een beetje spannend. Zo dichtbij komen bij zulke enorme dieren… het is moeilijk uit te leggen. Het is ontzag, verwondering en een soort opwinding tegelijk. In die drie weken stelde ik veel vragen. Aan onderzoekers, begeleiders en andere vrijwilligers. Er zijn veel verschillende meningen over deze plek en over de rol van olifanten in toerisme. Wat me vooral bijblijft, is dat iedereen, hoe verschillend ook, een diepe liefde voelt voor de dieren en hun welzijn.
En ergens onderweg besloot ik iets wat voor mij niet vanzelfsprekend is: ik liet het los.
Niet omdat alles klopt. Maar omdat ik begon te accepteren dat de ideale wereld niet bestaat.
Wat wél kan, is proberen het zo goed mogelijk te doen binnen de realiteit die er is.
Wat me misschien nog wel het meest verraste, was mezelf.
Ik vond het prettig om alleen te zijn. Overdag samenwerken, maar daarna trok ik me vaak terug. Vroeger was ik degene die etentjes organiseerde, die de boel aanzwengelde. Dat ben ik niet meer. En dat voelt… goed. Ik geniet van mijn eigen gezelschap. Zonder dat er iets hoeft.
Tegelijkertijd merkte ik ook iets anders op.
Naarmate de weken vorderden, werd ik kritischer.
Waarom doen we dit zo? Kan dit niet efficiënter? Wat is eigenlijk het nut hiervan?
Misschien hoort dat bij ouder worden. Bij ervaring. Bij samenwerken met een jong team. Als je doorvraagt, blijken er soms goede redenen te zijn. Soms ook niet. Het verschil is: ik hoef daar niet meer altijd iets mee. Voor mijn doen was ik opvallend mild. Rustiger. Afgewogener. En dat is misschien wel de grootste winst van deze reis.
De gesprekken met de begeleiders van de olifanten raakten me diep.
Hun leven is zo anders dan het onze. Wij vliegen de wereld over en betalen om hier te zijn. Zij werken hier, vaak met minder keuzemogelijkheden dan wij. Ook zij hebben dromen. Plannen. Ambities. Maar die zijn niet altijd even makkelijk te realiseren. Dat besef bleef hangen.
En dan de olifanten zelf.
Elke dag opnieuw was het een voorrecht om ze te observeren. Hun ochtendrituelen. Hun onderlinge dynamiek. De momenten waarop ze instinctief een beschermende cirkel vormen. Langzaam ga je ze herkennen. Hun karakters. Hun verschillen. Net als bij mensen. En tegelijkertijd blijft het schuren. Ze leven niet meer in het wild. Hun gedrag is deels geconditioneerd. Zodra er een tractor met toeristen aankomt, bewegen ze richting de plek waar ze fruit verwachten. Meerdere keren per dag.
Ik zag het. Ik voelde het. En toch genoot ik.
Misschien is dat wel de eerlijkste conclusie van deze reis: dat twee dingen tegelijk waar kunnen zijn.
De liefde voor dieren is puur. Eenvoudiger dan die voor mensen.
Minder ingewikkeld. Meer onvoorwaardelijk.
De laatste keer dat ik ze zag, hield ik het niet droog.
En zelfs nu, terwijl ik dit schrijf, voel ik het weer. Die brok in mijn keel.
Maar wat deze reis me misschien nog wel het meest heeft gegeven, gaat verder dan de olifanten alleen.
Het heeft me laten zien dat reizen meer kan zijn dan kijken, consumeren en weer doorgaan. Dat je, als je bereid bent om iets verder te kijken, en soms ook je eigen ongemak toe te laten, een diepere laag kunt ervaren. Meer verbinding. Meer inzicht. Meer begrip voor een wereld die groter is dan je eigen referentiekader.
Dit was geen “makkelijke” reis. Niet alles klopte. Niet alles voelde goed. En juist daardoor heeft het me meer gebracht dan een gewone vakantie ooit zou doen.
Ik weet één ding zeker: dit ga ik vaker doen.