Our Talent for Travel Chaos

(Onder de foto´s kun je dit blog in het Nederlands lezen)

It all started so innocently.

A house swap in the Netherlands. Ten days. Nice and relaxed. Visiting friends and family. A bit of walking, maybe some cycling.

Most people would have stopped there.

But not us.

Before the house swap even began, we decided we might as well go to Ireland for the NW200, Motorcycle Road Race. And if you’re going all the way to Ireland, you may as well add a few days of sightseeing. And since the ferry doesn’t run every day, we had to plan around that too.

From that moment on, the holiday started behaving like a snowball rolling downhill.

Before we knew it, we were driving through Ireland, crossing into England, splitting up to visit family, me flying somewhere while Stuart was on a ferry somewhere else, and somehow ending up back together in the Netherlands on the very same day.

That was probably the last part of the trip that made any sense.

The weather in the Netherlands, however, was less than inspiring. We looked at each other.

“What now?”

There was a brief silence.

And then came what was probably the most logical decision of the entire trip.

“Shall we go to Singapore?”

So we left the car in the Netherlands, flew back to London and then on to Singapore.

Because why not?

Singapore was fantastic.

Singapore was also hot and exhausting.

Add a healthy dose of jet lag and we spent much of the week trying to figure out what day it was and why we were so tired.

But it was amazing.

And exhausting.

Mostly exhausting.

After a week in Singapore, we flew back via London to the Netherlands.

To pick up the car.

The more I think about that sentence, the stranger it sounds.

From there we drove to France to finally continue with the original holiday plan.

Relaxation.

Camping.

Nature.

Taking it easy.

The universe, however, had other ideas.

We were still recovering from the previous four weeks when Stuart got sick.

So we did what every tired traveller who is no longer thinking clearly would do.

We went camping.

That turned out to be about as sensible as running a marathon with the flu.

And naturally, it started raining.

Eventually, we surrendered to the inevitable.

We stopped pretending we still had energy.

We got in the car.

And drove home.

And honestly?

It felt fantastic.

Five weeks.

Seven countries.

Countless kilometres.

Ferries.

Flights.

Hotels.

Family visits.

Jet lag.

Campsites.

Rain.

More rain.

And probably a few details I’ve forgotten already.

There were also Singapore Slings in Singapore.

And champagne in Champagne.

Nothing dramatic. Nothing life-changing.

But looking back, I can see a pattern.

When my life resembles a well-organised spreadsheet, alcohol barely crosses my mind.

When I wake up and have to think about which continent I’m on, it suddenly becomes more interesting.

Apparently my brain likes structure just as much as my suitcase does.

And somewhere between Ireland and Singapore, that structure got lost.

Now we’re home.

There is healthy food in the fridge.

My bed is exactly where I left it five weeks ago.

I know where my socks are.

I know what country I’m in.

And for now, that feels like pure luxury.

Still, I wouldn’t want to have missed this trip.

It was chaotic.

Exhausting.

Illogical.

Sometimes completely ridiculous.

But also special.

Full of family, memories, unexpected adventures and stories we’ll be laughing about for years.

Next time we’ll probably plan something a little more relaxing.

Probably.

Maybe.

Well…

Probably not.

Ons talent voor reischaos

Het begon allemaal zo onschuldig.

Een huizenruil in Nederland. Tien dagen. Rustig aan. Vrienden en familie bezoeken. Een beetje wandelen, misschien een beetje fietsen.

De meeste mensen zouden hier stoppen.

Maar nee, wij niet.

Want voordat de huizenruil begon, bedachten we dat we eigenlijk ook wel naar Ierland konden voor de NW200, motor wegrace. En als je dan toch naar Ierland gaat, kun je er net zo goed een paar dagen sightseeing aan vastplakken. En omdat de ferry niet elke dag gaat, moesten we daar natuurlijk weer omheen plannen.

Vanaf dat moment begon de vakantie zich te gedragen als een sneeuwbal die van een berg afrolt.

Voor we het wisten reden we door Ierland, staken we over naar Engeland, splitsten we ons op voor familiebezoeken, vloog ik ergens heen terwijl Stuart ergens anders op een ferry zat, en kwamen we uiteindelijk dezelfde dag weer samen in Nederland.

Dat was ongeveer het laatste deel van de reis dat nog logisch was.

Maar het weer in Nederland werkte niet echt mee. We zaten elkaar aan te kijken.

“Wat nu?”

Er viel een stilte.

En toen kwam waarschijnlijk de meest logische beslissing van de hele vakantie.

“Zullen we naar Singapore gaan?”

Dus lieten we de auto achter in Nederland, vlogen terug naar Londen en vervolgens naar Singapore.

Want waarom niet?

Singapore was fantastisch.

Singapore was ook heet en vermoeiend.

Daar kwam nog een gezonde dosis jetlag bovenop. We waren voortdurend aan het uitzoeken welke dag het was en waarom we eigenlijk zo moe waren.

Maar het was geweldig.

En vermoeiend.

Vooral vermoeiend.

Na een week Singapore gingen we via Londen weer terug naar Nederland. Om de auto op te halen.

Ik besef nu pas hoe vreemd die zin eigenlijk klinkt.

Daarna reden we naar Frankrijk om het oorspronkelijke vakantieplan weer op te pakken.

Rust.

Ontspanning.

Kamperen.

Natuur.

Het universum had daar echter andere ideeën over.

We waren nog aan het bijkomen van de vorige vier weken toen Stuart ziek werd.

Dus deden we wat iedere vermoeide reiziger doet die niet helemaal helder meer nadenkt.

We gingen kamperen.

Dat bleek ongeveer even verstandig als een marathon lopen met griep.

En natuurlijk begon het ook te regenen.

Uiteindelijk gaven we ons over aan het onvermijdelijke.

We stopten met doen alsof we nog energie hadden.

We stapten in de auto.

En reden naar huis.

En eerlijk?

Dat voelde fantastisch.

Na vijf weken. Zeven landen. Ontelbare kilometers. Ferry’s. Vluchten. Hotels. Familiebezoeken. Jetlag. Campingvelden. Regen. Nog meer regen.

En waarschijnlijk een paar details die ik inmiddels ben vergeten.

Er waren ook Singapore Slings in Singapore.

En champagne in de Champagne.

Niet dramatisch. Niet wereldschokkend.

Maar achteraf zie ik er wel een patroon in.

Als mijn leven op een georganiseerde spreadsheet lijkt, denk ik nauwelijks aan alcohol.

Als ik niet meer weet op welk continent ik wakker word, wordt het ineens interessanter.

Blijkbaar houdt mijn brein net zoveel van structuur als mijn koffer.

En die structuur was ergens tussen Ierland en Singapore zoekgeraakt.

Nu zijn we thuis.

Er staat gezond eten in de koelkast.

Mijn eigen bed staat op dezelfde plek als vijf weken geleden.

Ik weet weer waar mijn sokken liggen.

Ik weet welk land het is.

En voorlopig voelt dat als pure luxe.

Toch zou ik deze reis niet willen missen.

Hij was chaotisch, vermoeiend, onlogisch en soms ronduit absurd.

Maar ook bijzonder.

Vol familie, herinneringen, onverwachte avonturen en verhalen waar we nog jaren om kunnen lachen.

Volgende keer plannen we het misschien iets rustiger.

Waarschijnlijk.

Misschien.

Nou ja.

Waarschijnlijk niet.

Anjo van Engelen

Enjoying life in the Algarve, I’m a lifestyle coach and the creator of Time 2 Take the Jump. My mission is to inspire and empower others to create the life they truly want to live.

Previous
Previous

What Are You Really Afraid Of?

Next
Next

The Paradox of Connection