Wild Without a Buzz
(onder de Engelse tekst kun je dit blog in het Nederlands lezen)
I hesitated before writing this blog. Not because the topic doesn’t occupy my mind, it very much does, but because I don’t want to come across as some kind of sober apostle. You know, the type who can’t resist turning every conversation into a lecture about how much better life is without alcohol.
But then again… it’s been sitting in my head. And whatever lives in my head usually ends up on the page.
I’ve just returned from a week on safari in South Africa. Possibly one of the most beautiful things you can experience. Nature and wildlife in their purest form. No filters. No embellishment. No excuses.
I loved watching two young elephants, still playful, sparring as they figured out their place in the group. Baby impalas tucked safely in the center while the adults formed a protective circle around them. Dung beetles rolling ever-growing balls of rhino dung with impressive determination. Everyone with a role. Everyone knowing exactly what to do.
Animals live by instinct, something we humans lost a long time ago. And maybe that’s for the best, because honestly… could we still survive like that?
What struck me most on this safari was how soaked in alcohol these kinds of trips are. And no, I had never noticed before.
A small sample:
On the plane: What?! You don’t want champagne?
Are you sure you don’t want vodka in your tomato juice?
Do you maybe have a welcome cocktail without alcohol? (long pause)
No Amarula with my coffee at 7 a.m. during the game drive
Just juice at breakfast, no champagne
No wine at lunch either, thanks
I’ll have a tonic. Without gin. Yes, really.
Tonight we’ve organized a wine tasting
No wine for me at dinner thank you, just water please
And here’s a chilled bottle of champagne in your room, compliments of the lodge
What if you have a problem saying no?
In the past, I would have accepted all of this without a second thought. Enjoyed it, even. And I probably wouldn’t have noticed a thing. But this time, seeing it through different eyes, it honestly felt bizarre.
Why would you want to dull yourself in one of the most beautiful places on earth? A place that’s all about seeing, hearing, smelling, being present. This is something you want to experience fully, with attention, undimmed, and with a clear mind.
And then I started wondering: what would the animals think of us?
I imagine a group of elephants quietly observing us as we sway slightly at sunset, glass in hand. An old matriarch lowering her trunk and thinking:
“They’ve only just arrived… and they’re already unsteady. Interesting.”
The lions lie lazily in the shade, barely interested, glancing up now and then more out of boredom than curiosity. One of them yawns, stretches, and thinks:
“We hunt for days for one meal, and they willingly drink something that slows them down. Fascinating strategy.”
And the giraffes? They simply look on from above, literally and figuratively, seemingly thinking:
“Vision: excellent. Surroundings: stunning. Coordination… questionable.”
Maybe they draw no conclusions at all. Maybe they shrug (as much as that’s possible) and carry on doing what they do best: living. Being present. Staying alert. Without first needing to pour something to make the moment “better.”
Because no animal looks at a breathtaking sunset and thinks:
“Beautiful… but it would really improve with a drink.”
And maybe that’s the real joke. That we, as the only species on earth, seem to think we need something extra to enjoy what is already perfect.
This safari reminded me that some moments don’t need an addition. No glass. No buzz. No numbing. Just attention.
The animals have been doing it this way for centuries.
Maybe all we need to do… is watch a little more closely.
Ik heb getwijfeld of ik hierover een blog zou schrijven. Niet omdat het onderwerp me niet bezighoudt, integendeel, maar omdat ik geen zin heb om over te komen als een soort sober apostel. Zo eentje die bij elke gelegenheid subtiel (of minder subtiel) begint over “hoeveel beter het leven zonder alcohol is”.
Maar ja. Het zit in mijn hoofd. En wat in mijn hoofd zit, komt er meestal ook uit.
Ik ben net terug van een week safari in Zuid-Afrika. Misschien wel het mooiste wat je kunt doen. Dieren en natuur in hun puurste vorm. Geen filters. Geen opsmuk. Geen excuses.
Ik genoot van twee jonge olifanten die, nog half spelend, vochten om hun plek in de groep. Van baby-impala’s die strak in het midden blijven terwijl de volwassenen een beschermende cirkel vormen. Van mestkevers die met indrukwekkende vastberadenheid een steeds grotere bal neushoornpoep voor zich uit duwen. Iedereen heeft z’n taak. Iedereen weet wat ‘ie moet doen.
Dieren leven op instinct. Iets wat wij mensen al heel lang geleden zijn kwijtgeraakt. En misschien is dat maar goed ook, want eerlijk: zouden wij het nog kunnen?
Wat me deze safari vooral liet zien, was hoe doordrenkt met alcohol dit soort reizen zijn. En nee, dat viel me eerder nooit op.
Een kleine greep:
In het vliegtuig: Wat?! U wilt geen champagne?
Weet u zeker dat u geen wodka in uw tomatensap wilt?
Heeft u misschien ook een welkomstcocktail zonder alcohol? (lange stilte)
Nee, geen Amarula bij de koffie om 7 uur ’s ochtends tijdens de game drive
Nee, liever een sapje bij het ontbijt dan champagne
Nee bedankt, ook geen wijn bij de lunch
Ik neem alleen tonic. Zonder gin. Ja, echt.
Voor vanavond hebben we een wine tasting georganiseerd
Nee, geen wijn voor mij tijdens het diner, water is prima
En hier is gekoelde fles champagne in uw kamer, van het huis
Je zou maar eens moeite hebben met nee zeggen.
Vroeger zou ik dit allemaal als vanzelfsprekend hebben aangenomen. Genoten ook. En het was me waarschijnlijk niet eens opgevallen. Maar nu keek ik er met andere ogen naar en vond ik het eerlijk gezegd bizar.
Waarom zou je jezelf willen benevelen op één van de mooiste plekken op aarde? Op een plek waar alles draait om zien, luisteren, ruiken, aanwezig zijn. Dit wil je toch meemaken met aandacht, onverdoofd en met een frisse geest?
En toen begon ik me af te vragen: wat zouden de dieren eigenlijk van ons denken?
Ik stel me voor dat een groep olifanten ons rustig observeert terwijl wij bij zonsondergang met een glas in de hand staan te wiebelen. Zo’n oude matriarch die haar slurf even laat zakken en denkt:
“Ze zijn hier net aangekomen en nu lopen ze al scheef. Interessant.”
De leeuwen liggen ongeïnteresseerd in de schaduw en kijken af en toe op, meer uit verveling dan nieuwsgierigheid. Eén van hen gaapt, rekt zich uit en denkt:
“Wij jagen dagenlang voor één maaltijd en zij drinken iets waardoor ze trager worden. Fascinerende strategie.”
En de giraffen? Die kijken gewoon van bovenaf toe, letterlijk en figuurlijk, en lijken te denken:
“Zicht prima. Omgeving prachtig. Coördinatie… mwah.”
Misschien concluderen ze niets. Misschien halen ze hun schouders op (voor zover dat kan) en gaan ze verder met waar ze goed in zijn: leven. Aanwezig zijn. Alert. Zonder eerst iets te moeten inschenken om het moment ‘beter’ te maken.
Want geen enkel dier denkt bij een adembenemende zonsondergang:
“Prachtig… maar pas echt leuk na een drankje.”
En misschien is dát wel de grap. Dat wij als enige diersoort iets nodig denken te hebben om te kunnen genieten van iets dat al perfect is.
De safari liet me zien dat sommige momenten geen toevoeging nodig hebben. Geen glas, geen roes, geen verdoving. Alleen aandacht.
De dieren doen het al eeuwen zo.
Misschien hoeven wij alleen maar iets beter te kijken.